eerste mis 1
Maria Valtorta:
'Petrus is vol majesteit in het spreken.
Hij heeft niets meer van de nogal ruige visser van nog maar kort geleden.
Het heeft zich op een krukje gezet, omdat hij, teckel als hij is, niet gezien zou worden door degenen die verder weg staan als hij met zijn voeten op de grond zou staan, en hij de menigte wil domineren.
Hij spreekt afgemeten, met de juiste stem en de gebaren van een echte redenaar. Zijn ogen, altijd expressief, spreken nu meer dan ooit: liefde, geloof, koninkrijk, berouw, alles schijnt door in zijn blik en anticipeert en versterkt de woorden.
Dan stapt hij van de kruk af, gaat achter de grote tafel, tussen deze en de muur, staan en wacht.
-I-
Jakobus en Judas (zoon? van Jakobus)
spreidden een wit tafelkleed op tafel.
Om dit te doen, tillen ze de brede en lage kist op
die in het midden van de tafel staat,
en ook op het deksel daarvan
spreiden zij heel fijn linnen uit.
Johannes gaat naar Maria en vraagt haar iets.
Ze haalt een soort sleutel van haar nek en geeft die aan Johannes.
Johannes gaat naar de kist en opent ze.
Ze gaat open door het voorste gedeelte neer te plooien
dat op het tafelkleed wordt geplaatst
en bedekt met een 3e linnengoed.
Binnenin bevindt zich een horizontaal gedeelte
dat de koffer in twee verdiepingen verdeelt.
Onder staat een kelk en een metalen schaal.
Boven, in het midden, de Kelk die Jezus gebruikte,
(en) het Brood dat Hij gebroken had, op een Schaaltje
dat even kostbaar was als de Kelk.
Aan de zijkanten daarvan,
aan de ene kant de Doornenkroon, de Spijkers, de Spons.
Aan de andere kant de Lijkwade, de Sluier van Maria
die de lendenen van Jezus vastbond,
en de Sluier van Veronica.
Er staan nog andere dingen onderin,
maar ik begrijp niet wat ze zijn,
en niemand praat erover
of laat ze zien.
-II-
Terwijl die dingen die ik heb genoemd,
- minus de Beker en het Brood die blijven waar ze zijn -
door Johannes en Judas worden meegenomen
en aan de menigte getoond,
die knielt.
Dan zingen de apostelen gebeden,
hymnen, zou ik zeggen, omdat ze worden gezongen.
De menigte reageert.
Tenslotte worden er wat broden gebracht
en op de metalen schaal (niet die van Jezus) gelegd
en enkele kleine amforen.
-III-
Petrus ontvangt de schaal met de broden van Johannes,
die geknield aan deze kant van de tafel neerzit
terwijl Petrus nog tussen de tafel en de muur staat,
met zijn gezicht naar de menigte,
en Petrus tilt ze op en offert ze
/biedt ze (aan God) aan.
Dan zegent hij ze
en plaatst ze op de kist.
Judas biedt, ook geknield,
de kelk en de twee amforen aan,
waaruit Petrus in de kelk giet, en hem offert/aanbiedt
vervolgens zegent en op de kist plaatst.
Ze bidden opnieuw.
-IV-
Waarna Petrus de broden in vele happen breekt,
terwijl de menigte zich nog verder ter aarde werpt, en zegt:
"Dit is Mijn Lichaam. Doe dit ter nagedachtenis aan Mij."
-V-
En dan komt hij achter de tafel vandaan
met het dienblad vol stukjes brood bij zich
en gaat eerst naar Maria en geeft haar een hapje.
Dan gaat hij naar de voorkant van de tafel
en deelt het brood uit.
Er blijven nog een paar stukjes over
die, nog steeds op de schaal, op de kist worden gezet.
Dan neemt hij de beker en laat hem rondgaan
- te beginnen met Maria - onder de aanwezigen.
Johannes en Judas volgen hem met de amforen
en schenken als de beker leeg is.
-VI-
Als alles is uitgedeeld
consumeren de apostelen de resterende stukjes
en de wijn.
-VII-
Tot slot zingen ze nog een hymne
en dan geeft Petrus de zegen
en vertrekt de menigte
geleidelijk.'
[3/6/44]
Reacties
Een reactie posten