hart-kathedraal 2
In de begindagen van Mijn Kerk waren er geen kathedralen, maar Ik had een Troon die Mij waardig was in ieder christelijk hart. Naderhand heb je die die alleen naar Mij toe komen als de nood hen drijft of de angst hen aanspoort. Dán komen ze, en kloppen op Mijn Tabernakel, dat opengaat, en áltijd troost biedt, en vaak, als ze nuttig is, de gevraagde Genade. Maar Ik zou graag willen dat mensen naar Mij toe komen niet alleen om te vragen maar ook om te geven. Vervolgens heb je hen die de Heilige Tafel naderen - waar Ik Mij Voedsel maak - uit gewoonte. In hen duren de vruchten van het Sacrament zo kort als de hosties duren en verdwijnen dan. Omdat zij zonder enige impuls van het hart naar Mij toe komen maken ze geen vooruitgang in het leven van de geest dat in wezen een leven van naasten- liefde is. Ik ben Naasten-Liefde en Ik breng Naasten-Liefde. Maar Mijn Naasten-Liefde kwijnt weg in deze lauwe zielen die door niets nog heropgewarmd raken. [ 10/6/43 ]