phenicula 1
-H. Agnes voor het tribunaal (Francexo Granacci)-
-Marteldood van H. Phenicula-
Maria Valtorta:
'Dit alles verklaart mij niet wat het jonge meisje kwam doen
dat ik gisteravond zag, vastgebonden aan de zuil.
Hoewel zij veel bleker is, en mager, gehavend, gemarteld,
heb ik het gevoel dat ze veel op de overlevende lijkt
die nu bidt dichtbij de dode.
En zo blijf ik een paar uur in mijn onzekerheid zitten.
Het is alleen 's avonds dat ik het huilende jonge meisje van tevoren terugvind.
Ze staat nu bij de fontein op de sobere binnenplaats
waar slechts een paar kleine lelies worden gekweekt;
rozenstruiken in volle bloei beklimmen de muren.
Het meisje spreekt met een jonge Romein...
- "Het heeft geen zin om aan te dringen, Flaccus.
Ik ben dankbaar voor je respect
en voor de herinnering die je hebt aan mijn overleden vriendin.
Maar ik kan jouw hart niet troosten.
Als Petronilla dood is, is het een teken
dat het niet de bedoeling was dat ze jouw vrouw zou zijn.
Maar ik ook niet.
Er is geen tekort aan jonge meisjes uit Rome
die graag de meesteres van jouw huis willen worden.
Niet ik.
Het is niet jouw fout,
maar omdat ik de beslissing heb genomen
om niet te trouwen."
- "Dus jij wordt ook al meegesleept door die dwaze waanzin
van zovele discipelen van een handjevol joden?"
- "Ik heb besloten niet te trouwen, en ik denk niet dat ik gek ben."
- "En wat als ik jou wil, ik?"
- "Als het waar is dat je van mij bemint en respecteert, dan ben ik zeker
dat je mijn vrijheid, als Romeins burger, niet zou willen forceren.
Integendeel, dan zou je mij mijn verlangen laten volgen
en jegens mij de goede vriendschap behouden
die ik ook voor jou heb."
- "Oh nee ! Eén van jullie is mij al ontgaan.
Jij, jij zult mij niet ontgaan!"
- "Ze is dood, Flaccus.
De dood is voor ons een superieure kracht.
Ze is niet het ene lot ontvlucht voor het andere.
Ze heeft geen zelfmoord gepleegd.
Ze is dood..."
- "Vanwege jullie toverspreuken.
Ik weet heel goed dat jullie christenvrouwen zijn,
en ik had jullie moeten aanklagen bij het Hof van Rome.
Maar ik beschouwde jullie liever als mijn echtgenotes.
Daarom zeg ik voor de laatste keer:
accepteerd je om de vrouw te worden van de nobele Flaccus?
Ik zweer je dat het beter voor je is om de meesteres van mijn huis te worden
en je demonische aanbidding te laten varen,
in plaats van de strengheid van Rome te kennen
dat niet tolereert dat zijn goden beledigd worden.
Wees mijn vrouw en je zult gelukkig zijn.
Anders..."
- "Ik kan je vrouw niet zijn.
Ik ben toegewijd aan God. Aan mijn God.
Ik kan geen afgoden aanbidden, ik die de ware God aanbid.
Doe met mij wat je wilt. Je kunt alles doen met mijn lichaam.
Maar mijn ziel behoort God toe, en ik zal haar niet verkopen
voor de vreugde van jouw huis."
- "Is dat je laatste woord?"
- "Het laatste."
- "Besef je dat mijn liefde in haat kan veranderen?"
- "Moge God je vergeven!
Wat mij betreft, ik zal altijd van je houden als een broer
en ik zal voor je welzijn bidden."
- "Maar ik ga jou ongelukkig maken. Ik zal je aangeven.
Je zult gemarteld worden. Dan zul je mij aanroepen.
Dan zul je begrijpen dat het huis van Flaccus beter was
dan die dwaze doctrines waarmee jij je voedt."
- "Ik zal begrijpen dat de wereld net deze doctrines nodig heeft
om niet langer zulke Flaccus'sen te hebben.
En ik zal voor jouw welzijn handelen
door voor jou te bidden
vanuit het Koninkrijk van mijn God."
- "Verdomde Christen! De gevangenis in ! Lijd honger !
Moge je Christus je tevreden stellen, als Hij dat kan!"
Ik heb de indruk dat de gevangenissen
vrij dicht bij het huis van de maagd liggen
want de straat is kort...
en dat de nobele Flaccus niet meer of minder is
dan een speurhond van de Quaestor van Rome.
Sterker nog, als het visioen van invalshoek verandert
en me terugbrengt naar de kamer/zaal waar ik het jonge meisje al zag
vastgebonden aan de colonne, besef ik dat het een tribunaal is
zoals dat waar Agnes werd berecht [gezien in visioen van 13 januari].
De verschillen zijn niet groot
en er is, ook hier, een louche figuur die oordeelt en veroordeelt,
en voor wie Flaccus fungeert als assistent en aanstichter.
Uit de kooi waar ze was,
wordt Phenicula naar het midden van de kamer/zaal gebracht.
Ze lijkt uitgeput, maar is nog steeds doordrenkt met grote waardigheid.
Hoewel het licht haar verblindt, zwak als ze is
en gewend nu aan het duister van haar kerker,
staat ze rechtop en glimlacht.'
[4/3/44]
Reacties
Een reactie posten